School voor kinderen met een beperking

Onderwijs in de praktijk

In Gambia is nog niet veel kennis over het onderwijs aan dove kinderen en kinderen met een verstandelijke beperking. Ook hier gaat men ervan uit dat je zo snel mogelijk het alfabet en de getallen tot en met 20 moet kennen. Bij doven dan niet in woorden maar in gebaren. Maar hoe weet een doof kind waarom hij dat leert? De leraar kan dat niet uitleggen. Wat doe je met al die letters? Dat was voor Mirjam Abbes de reden om de leerlingen het eerste jaar alleen maar gebaren te leren.

Daarnaast hebben deze leerlingen een gedragsproblematiek. Veel ouders weten niet dat hun kind doof is en wijten het aan ongehoorzaamheid. En kinderen kunnen alleen maar reageren met negatief gedrag en van zich af slaan. Dat was reden om de leerlingen heel veel te laten spelen. Dan leer je samenwerken, delen, elkaar helpen, een keuze maken (wat ga ik vandaag doen?), opruimen en zorgen dat spullen niet stuk gaan.

Wij hebben geluk dat we veel materialen vanuit Nederland gekregen hebben. Veel speelgoed, duurzaam leermateriaal, laptops, rekendozen, loco en noem maar op. Door het grote leeftijds- en niveauverschil kunnen de leraren niet klassikaal lesgeven. Maar met zoveel materiaal kan elke leerling nu op zijn eigen niveau zelf aan de slag. Vooral de laptops met daarop verschillende lesprogramma’s  zijn ideaal. Ze kunnen bij voorbeeld zelf door een document met 200 plaatjes gaan en bij elk plaatje het goede gebaar maken. Leerlingen die nieuw zijn worden gekoppeld aan een oudere leerling en leert de gebaren zo razend snel waarbij de leraar weer anderen kan helpen.

Maar het blijft ook een uitdaging om les te geven met de lokale middelen. Zo is de jaarlijkse les rekenen met pinda’s erg geliefd. En schelpen tellen in gebarentaal is ook leuk.

Mirjam komt uit het onderwijs en is een gedeelte van het jaar in Gambia. Haar taken liggen vooral op deze school. De leraren helpen en adviseren. Want het is geen gemakkelijke baan als je zoveel verschillende leerlingen verdeeld over twee klassen hebt. Zij vraagt de leraren regelmatig: Waarom doe je dit? Of: waarom doe je het zo? Het gaat er om dat je je bewust bent van wat je doet en wat je wilt bereiken. En daarin zijn de leraren enorm geslaagd.