Juli 2018

Nieuwsbrief juli 2018 School voor Kinderen met Beperking in Jiboro

Beste vrienden en sponsoren,

Afgelopen maandag hebben de leraren de deuren van de school weer gesloten voor een welverdiende zomervakantie. Zelf ben ik al een maandje thuis, maar ik beleef de laatste schooldag altijd alsof ik er zelf bij ben.

Zo aan het eind van het schooljaar is het altijd goed om te overdenken wat we het afgelopen jaar bereikt hebben. Wat voor een school zijn we nu? Is dit wat we ervan verwacht hadden? Is dit wat de dove en verstandelijk beperkte kinderen nodig hebben? En vooral: hoe gaan we volgend schooljaar verder?

De maandagochtend is het enige gezamenlijke moment van de week. Dan herhalen de kinderen alle gebaren die ze kennen. Ze kennen er nu ongeveer 150. Ik heb een document voor de laptop gemaakt met van elk gebaar een plaatje en het woord. Iedereen wil als eerste het goede gebaar bij het plaatje maken, dus die competitie maakt het erg levendig en gezellig.

Dit document gebruiken we niet alleen op de maandagochtend, maar ook op de andere dagen.
De jongere leerlingen kunnen alleen of met z’n tweeën de gebaren zelf oefenen. De oudere leerlingen werken ook met het document maar dan zonder de woorden erbij. Die moeten ze opschrijven in hun schrift. Voordeel van de laptop is dat kinderen zelfstandig werken. Ik heb er zoveel moeite voor moeten doen om de kinderen zover te krijgen. Ze hebben altijd de neiging om te wachten tot je naast ze staat. Dan gaan ze hun werk pas doen. Maar met zoveel verschillende niveaus is dat onhaalbaar. Dus persoonlijk ben ik erg blij met deze mijlpaal. We hebben nu twee laptops tot onze beschikking. Dus we hopen nog op een derde. Ja en net als in Nederland hebben kinderen heel snel door hoe een laptop werkt.

In de 8 weken dat ik op school was heb ik weer veel vooruitgang gezien. Bij de leerlingen en bij de leraren. De kers op de taart was in deze periode het uitje met de kinderen. We zijn met z’n allen naar Paradise Beach geweest en hebben enorm genoten. Zwemmen, scheppen, voetballen, eten en drinken. Eerst bang zijn voor het water en daarna ons angst inboezemen door te ver het water in te gaan. Ik was blij dat Martin, mijn man erbij was. We kwamen ogen te kort. En dan blijkt opeens Fatou verdwenen te zijn. Alle gasten die op het stand waren hebben geholpen met zoeken. En Fatou vonden we terug op de parkeerplaats.

In de laatste week hebben drie leerlingen van mijn school in Nederland meegeholpen op school. Net klaar met hun eindexamen en enorm enthousiast. Een hele leuke ervaring. Ik had de gelegenheid om ze in te zetten in een één op één situatie. Dus de leerling die nog steeds moeite had met het schrijven van de getallen heeft dat na een week toch maar geleerd. Of het superslimme meisje, dat eigenlijk aandacht te kort komt leert nog meer woorden schrijven en heeft het gevoel dat er tijd aan haar besteed wordt. Leren tellen met een dobbelsteen en echte pinda’s. Maskers maken met heel veel glitters. Leren tandenpoetsen. En wie was het meest enthousiast: de leraar. Hij heeft in deze week gezien hoeveel we kunnen bereiken met de kinderen en dat heeft hem weer energie gegeven om verder te gaan. En dan vooral op de weg, die hij niet gewend is.

Maar er zijn ook moeilijke momenten. Het meisje dat zwakbegaafd is en toch niet meer van haar ouders naar school mag komen omdat ze niet willen dat ze gebarentaal leert. Het meisje dat in een dorp ver weg woont en niet met ons vervoer gehaald kan worden en niet elke dag zelf naar school kan komen. Het meisje, dat met haar moeder mee naar Senegal gaat en daardoor weken niet op school kan komen. Het is zo belangrijk dat de kinderen er elke dag zijn. Maar helaas lukt dat niet altijd.

Een ander punt van zorg zijn de financiën. Deze kinderen kosten veel meer dan we van tevoren gedacht hadden. Vooral het vervoer elke dag, benzinekosten en chauffeur, is een enorme kostenpost. Volgend schooljaar willen we elke dag ontbijt verzorgen. En het schooluitje is zeker iets dat we elk jaar willen herhalen. Dat hebben we dit jaar kunnen doen door een extra donatie.

Om dan toch antwoord proberen te geven op de vragen waarmee ik begon:
We zijn een school waar kinderen tot hun recht kunnen komen doordat ze werken op hun eigen niveau. Er wordt nadruk gelegd op zelfstandig werken. We hebben gelukkig de beschikking over heel veel materiaal.
Waar we nu na anderhalf jaar staan had ik niet verwacht, maar wel gehoopt. Ik besef dat ik dat met name te danken heb aan de leraren, die graag willen leren en samenwerken. Tegelijkertijd weet ik dat het nog heel veel beter kan. Maar dat is een mooie uitdaging.
En dan de toekomst. Volgend jaar kunnen we door een nieuwe sponsor een skillcenter binnen school gaan openen. Dat betekent dat de 5 oudste jongens houtbewerking gaan leren op één dag in de week. En Ndumbeh gaat een naaicursus doen op diezelfde dag. Het afgelopen jaar schoot me vaak door mijn hoofd: we leren deze kinderen nu wel van alles, maar hoe komen ze als dove of zwakbegaafde nu ooit aan een baan? Met dit skillcenter hoop ik een oplossing voor dit probleem te hebben gevonden.

Beste vrienden, bekenden en sponsoren. Hartelijk dank voor jullie steun. Ik hoop dat we ook volgend schooljaar op jullie steun mogen rekenen

Groeten, Mirjam Abbes

Klik hier om naar de galerie te gaan.


IN THE PICTURE: Mirjam Abbes, Mei 2018

Maak kennis met Mirjam Abbes, een vrouw die zich zeer verbonden voelt met de inwoners van dat kleine land in Afrika : The Gambia

Wie is Mirjam?

Mijn naam is Mirjam Abbes. In 2003 kwam ik voor het eerst in The Gambia, samen met de buurvrouw, die net daarvoor een documentaire over vrouwenbesnijdenis in The Gambia had gemaakt en me heel erg nieuwsgierig naar het land maakte. Ik vond het een geweldige ervaring en ben daarna elk jaar samen met mijn dochter een weekje op vakantie naar The Gambia gegaan.

In Nederland ben ik werkzaam in het middelbaar onderwijs.

Heimwee

Gedurende die jaren begon het steeds meer te kriebelen dat ik in dit land niet alleen vakantie wilde houden maar ook een tijdje wilde werken. In 2012 kreeg ik de gelegenheid om via de Stichting "Care Foundation the Gambia" in het dorp Jiboro aan de slag te gaan.

Drie maanden meewerken op een nurseryschool. Ik kan me mijn verbazing op de eerste dag nog goed herinneren: de headteacher gaf me de sleutels en zei dat ik de komende drie maanden de headteacher mocht zijn, zodat hij het wat rustiger aan kon doen. De overvolle klassen. Het klassikale lesgeven. Het opdreunen van de getallen en het alfabet. Het gebrek aan materiaal. Maar vooral het ontbreken van een visie: wat wil ik bereiken met mijn leerlingen en waarom doe ik wat ik doe.

Na de slechte start met Buba de headteacher zijn we in die drie maanden vrienden voor het leven geworden. We hebben zoveel bereikt en het was zo ontzettend leuk.

Vooral de knutsellessen en het spelen in een kleuterlokaal waren mijlpalen.

Eenmaal weer thuis begon de heimwee. Niet zozeer naar The Gambia zelf, maar wel naar het werk dat ik er kon doen. Samen met mijn man hebben we een oplossing gezocht. Wij werken in Nederland op dezelfde school, op dezelfde afdeling en in hetzelfde vak. Ik heb gedeeltelijk ontslag genomen en als ik in The Gambia werk neemt hij mijn uren voor de klas over. De ideale oplossing dus. Op deze manier kan ik drie keer 6 weken per jaar in The Gambia zijn.

Stichting Care Foundation The Gambia

Ik ben nog steeds verbonden aan de "Stichting Care Foundation The Gambia". De Stichting zet zich in voor de bevolking van Jiboro en omstreken. Er is een Health Center, een laboratorium, een skillcenter en een kinderadoptieplan waardoor een aantal kinderen naar de primary en secondaryschool kunnen gaan. Ik ben verantwoordelijk voor het onderwijs.

In november 2016 hebben we de School For Disabled Children geopend. Dat is een enorme uitdaging. We hebben nu 20 leerlingen waarvan de oudste 26 en de jongste 4 jaar is. De helft is doof de andere helft heeft een verstandelijke beperking. Er is één leraar en één klassenassistent, die zelf ook lichamelijk gehandicapt is.

Dus niets klassikaal lesgeven, maar binnen één lokaal op drie niveaus ’s werken. En dat lukt redelijk. Samen met de twee heren kijken hoe het voor hun werkbaar is. Ik geef lessen en zij kijken en stellen vragen. Zij geven lessen en ik vraag steeds: waarom doe je het zo? Dat helpt om het onderwijs beter te krijgen.

Uitdaging

Maar de allergrootste uitdaging is nog steeds om iedereen te laten zien dat het wel degelijk zin heeft dat deze kinderen naar school gaan. Ik heb er voor moeten vechten om begrip voor deze kinderen te krijgen. Maar als ik dan zie dat de horende schoonmaakster voor het schoolbord staat en stiekem wat gebaren oefent dan heb ik een glimlach op mijn gezicht en denk ik dat we de goede kant op gaan.

Naast het werken voor de Stichting kom ik nog op heel veel andere scholen. Nursery, Primary, Secondary en de universiteit. Het is leuk om een tijdje ergens mee te draaien en wat te laten zien.

Doordat ik in Nederland zolang in het onderwijs zit heb ik zoveel tools waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Maar je bent echt bevoorrecht als je in een land als Nederland hebt gestudeerd en zolang hebt mogen werken. En als docent wil je altijd graag je kennis delen met anderen.

Een leerzaam proces, voor iedereen

In de afgelopen 5 jaar heb ik geleerd dat je de lat niet hoog moet leggen, dat je het samen moet doen en dat het moet passen binnen de cultuur. Ik herinner me van de eerste dag nog dat er heel veel in mijn notitieboekje kwam te staan, maar dat ik uiteindelijk maar een paar punten heb aangepakt. Soms nemen leraren beslissingen waar ik niet achter sta, die dan uiteindelijk toch heel goed uitpakken. Daar leer ik weer van.

Ik ben lid geworden van de VSG in januari 2016. Daar ben ik blij mee. Ik kom graag op veel verschillende plekken en doe graag veel verschillende dingen. Door de VSG lukt me dat. Het is fijn om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen en mee te denken. En om met mensen op te trekken die ook graag in een land als The Gambia willen werken.

Mensen in Nederland zeggen wel eens: “Oh wat goed van je. Dat zou ik ook willen doen”. Maar dan denk ik altijd, dat ik deze keuze vooral gemaakt heb voor mezelf. Ik denk dat een mens altijd dat moet doen waar hij gelukkig van wordt en waar hij goed in is. Ik ben een docent en in Nederland is er zoveel veranderd in het systeem dat ik het gevoel had niet meer echt docent te zijn. Ik was meer begeleider, administrateur, hulpverlener. In the Gambia kan ik weer echt docent zijn.

Ik heb de afgelopen jaren zo een ontwikkeling meegemaakt. Ik heb ervaren wat ontwikkelingswerk is. Steeds weer moet ik mijn denkbeelden bijstellen. Waar is de Gambiaan nu echt mee geholpen?

Een school… maar hoe dan verder?

En dan op het gebied van onderwijs: Er worden heel wat scholen gebouwd door ons. En dat is hard nodig. Maar we moeten ons er ook om bekommeren wat zich daarna binnen die muren afspeelt. Ik kom wel eens op een school waar de stores vol staan met materiaal en speelgoed, maar er wordt niets mee gedaan omdat ze niet weten wat ze ermee kunnen doen. Of er wordt materiaal gedoneerd dat van zo een slechte kwaliteit is dat het door kinderen niet gebruikt kan worden.

De toekomst

Ik verwacht van de toekomst dat er meer aandacht komt voor het onderwijs. Ik weet dat er veel op het verlanglijstje van de nieuwe regering staat en dat het allemaal even belangrijk is als je een land moet opbouwen. Maar ik denk dat als de educatie van kinderen anders zou zijn we ook een andere generatie zouden kunnen creëren. Een generatie die keuzes kan maken, probleemoplossend kan denken, oorzaak-gevolg snapt, zich verantwoordelijk voelt voor zijn eigen werk. Daarmee zou The Gambia ook op veel andere gebieden geholpen zijn.

Mirjam Abbes

Contactpersoon van de School for disabled Children

meer gegevens over de Stichting en de school zijn te vinden op

http://schoolfordisabledchildren. weebly. com

www.carefoundationthegambia.nl





Nieuwsbrief februari 2018

Leerlingen uit Jiboro, die de primary of secondary school bezoeken.

Beste sponsors en vrienden,

Ik ben net zes weken in Gambia geweest om mijn werk voort te zetten. Ik werk in Jiboro op de school for disabled children. Tussendoor ben ik twee dagen bezig geweest met het sponsorprogramma van de Stichting Care Foundation The Gambia. Ik heb alle gesponsorde kinderen bezocht, heb met ze gesproken, heb ze op de foto gezet en ze hebben iets voor hun sponsorouders geschreven.
Toen ik het schoolterrein opliep viel me meteen op dat het er netjes uitzag. Er is een nieuw gebouw achter de school neergezet van twee verdiepingen. Alles was geschilderd en ze waren nog aan het opruimen. In de praktijk betekent dit dat er nu veel meer ruimte is voor de 1400 leerlingen, die de school telt. Nieuwe vloeren, nieuw meubilair, alles is licht.
Mijn eerste gang is altijd naar de hoofdonderwijzer. Even het bekende praatje. Ik kreeg dit keer een eigen lokaal aangewezen waar ik de kinderen kon opvangen. Dat had als voordeel dat het als een lopend vuurtje ging en de kinderen nu zelf naar me toe kwamen en ik ze niet in de lokalen hoefde te zoeken.
Ik was er op een maandag. Dan wordt de week buiten voor de klaslokalen geopend. De kinderen staan zo een 20 minuten in de rij. Horen wat er van ze verwacht wordt. Kinderen moeten netjes en schoon naar school komen. Ik vind het altijd indrukwekkend als ze het afsluiten met het gezamenlijk zingen van het Gambiaanse volkslied.

De kinderen, die naar de Secondary school (grade 10,11, 12) gaan zijn wat lastiger te traceren. Dat is ook niet bij elk kind gelukt. Binnen Jiboro is er niet de gelegenheid om naar de middelbare school te gaan. Dus de enige mogelijkheid is om elke dag op en neer te reizen of om bij familie elders te gaan inwonen. Het is leuk om met deze kinderen te praten, omdat ze al een wat duidelijker beeld hebben van wat ze willen doen als ze klaar zijn op school.

Voor vragen kunt U me altijd mailen.

Met vriendelijke groeten,

Mirjam Abbes

Klik hier om naar de galerie te gaan.


Nieuwsbrief februari 2018

School for disabled children

Beste sponsoren en vrienden,

Via deze brief wil ik jullie op de hoogte brengen van de vorderingen op de school.

Ik ben trots op wat de heren bereikt hebben. Er begint rust en regelmaat te komen. En de leraren beginnen te wennen aan een andere manier van lesgeven. Gelukkig zie ik niet altijd meer die verbaasde blik als ik iets probeer uit te leggen. En snappen ze wat ik bedoel.
In Gambia is men gewend om alles klassikaal te doen. En alles altijd op dezelfde manier. Dus je doet de getallen van 1 tot en met 20 achterelkaar en het alfabet van A tot en met Z achterelkaar. Bovenaan het bord staat de datum, daaronder het onderwerp van de les en daaronder de getallen of het alfabet. Ik vergat op een dag om het onderwerp op het bord te schrijven en plaatste dat onder de getallen. Vervolgens liep de hele les in de soep. Leraar in de stress want de kinderen maakten bij het getal 1 het gebaar voor numbers/getallen. En hij kreeg dat er niet uit. Boos werd de bordenwisser gepakt, alles uitgeveegd en opnieuw op het bord geschreven. Uiteraard in de goede volgorde. Ik heb uitgelegd, dat ze zo nooit snappen wat ze aan het doen zijn en dat de getallen vanaf die dag alleen maar door elkaar heen geleerd zouden worden.
We werken momenteel in vier groepen.
In klaslokaal 1 zitten de oudere leerlingen. Zij leren nu spellen en rekenen. Ndumbeh is de slimste van de klas en heeft als enige door dat ze gebaren leert om te communiceren. De anderen zitten nog in de fase dat ze de gebaren doen als je iets aanwijst en ze het fijn vinden als wij enthousiast reageren omdat ze het goede gebaar laten zien. In hetzelfde lokaal zitten Wurry en Fatoumatta, twee verstandelijk beperkte leerlingen. Zij volgen een ander programma op hun eigen niveau.
In lokaal 2 zitten de jongeren kinderen. Zij leren voornamelijk gebaren. De kleuren door middel van het spelletje kleuren torentje, de getallen en het tellen van blokjes, de voorwerpen met behulp van kaartjes met voorwerpen. Na de pauze is het speeltijd. De puzzels die ze maken worden steeds moeilijker. De poppen, beer en het keukentje is erg favoriet.
En op de vrijdag hebben we nog steeds de twee broers. Ook verstandelijk beperkt maar zwaarder als de twee anderen. Bij deze jongens zie ik grootste vooruitgang. En ik krijg het vermoeden dat ze veel slimmer zijn dan wij denken. Ze beginnen Engelse woorden te spreken en we spelen memorie met ze. Ze zijn enorm veranderd in de tijd dat ze naar school gaan. Rustiger, vrolijker en toegankelijker. Ook sociaal gezien worden ze meer geaccepteerd. Ze helpen nu mee in de compound.
De laatste donderdag in januari zijn de ouders naar school gekomen. En vanaf nu zal dat elke laatste donderdag van de maand gebeuren. Ten eerste om te zien wat hun kind op school doet en leert. Ten tweede om de gebarentaal te leren. Ten derde om hun kind op weg te helpen in het sociale leven binnen het dorp. Ik bezocht Jainaba in haar compound en probeerde met haar te communiceren via gebarentaal. Het dorp liep uit, want als Toubab heb je nog veel bekijks. En iedereen begon te lachen om de gebarentaal. Ja, dan snap ik wel waarom zo een meisje niet antwoordt. We hebben dit met de ouders besproken en hun gevraagd om voor hun kind op te komen en dit niet te accepteren van de dorpsbewoners.
Dat de ouders in de klas waren had ook als voorbeeld dat we nu echt goed konden uitleggen wat het gebaar voor vader, moeder, broer, zus en baby was. De baby werd door de leraar van de schoot van de moeder gerukt en voor de klas getoond. Daarbij maakte hij het gebaar voor baby. De baby brulde, maar heeft een goede daad verricht. En ik was trots op de leraar omdat hij hiermee liet zien dat hij begrijpt dat alles veel meer in de praktijk gebracht moet worden.
Op mijn laatste dag in Jiboro is Binta met mij mee geweest. Zij is lerares Engels en Toneel op een middelbare school voor dove kinderen geweest, studeert nu op de Amerikaanse Universiteit in Gambia en is doof. Ik heb enorm veel respect voor deze vrouw. Intelligent, doortastend, baanbrekend. En toen ze mij aanbood om een dagje met me mee te gaan was ik enorm blij. Ze heeft Bakary wat tips gegeven en heeft laten zien hoe belangrijk het is om meer interactie in de les te hebben. Daarmee legde ze meteen de vinger op de zere plek. Maar Bakary nam de hulp aan, zette meteen de tafels weer in de U vorm en vroeg of ze vaker kon komen.
In de zes weken dat ik er was hebben we veel bezoek vanuit Nederland gehad. Het is voor mij goed om te zien dat we op de goede weg zitten en om even te kunnen spiegelen. De kinderen genieten van het bezoek en de aandacht.
De kinderen worden elke dag gebracht en gehaald. Ze krijgen twee keer per week brood en thee op school. En ze hebben allemaal een uniform. Zijn ze ziek dan kunnen ze naar ons health center. Dus de zorg voor hun is op meerdere gebieden. Het gebouw is schoon dankzij Jarra, onze schoonmaakster. De kinderen zetten elke dag na school hun stoel op tafel en de leraar ruimt alles op. Ook dat is een proces van een paar maanden geweest.
Helaas zijn niet altijd alle kinderen elke dag op school. Dus een groepsfoto met alle kinderen was dit keer helaas niet mogelijk.

Op mijn facebook pagina staan meer foto’s en filmpjes van de leerlingen en de school.

Bij deze dank ik alle sponsoren voor hun steun.

Met vriendelijke groeten,

Mirjam Abbes





Juli 2018

Nieuwsbrief juli 2018 School voor Kinderen met Beperking in Jiboro

Beste vrienden en sponsoren,

Afgelopen maandag hebben de leraren de deuren van de school weer gesloten voor een welverdiende zomervakantie. Zelf ben ik al een maandje thuis, maar ik beleef de laatste schooldag altijd alsof ik er zelf bij ben.

Zo aan het eind van het schooljaar is het altijd goed om te overdenken wat we het afgelopen jaar bereikt hebben. Wat voor een school zijn we nu? Is dit wat we ervan verwacht hadden? Is dit wat de dove en verstandelijk beperkte kinderen nodig hebben? En vooral: hoe gaan we volgend schooljaar verder?

De maandagochtend is het enige gezamenlijke moment van de week. Dan herhalen de kinderen alle gebaren die ze kennen. Ze kennen er nu ongeveer 150. Ik heb een document voor de laptop gemaakt met van elk gebaar een plaatje en het woord. Iedereen wil als eerste het goede gebaar bij het plaatje maken, dus die competitie maakt het erg levendig en gezellig.

Dit document gebruiken we niet alleen op de maandagochtend, maar ook op de andere dagen.
De jongere leerlingen kunnen alleen of met z’n tweeën de gebaren zelf oefenen. De oudere leerlingen werken ook met het document maar dan zonder de woorden erbij. Die moeten ze opschrijven in hun schrift. Voordeel van de laptop is dat kinderen zelfstandig werken. Ik heb er zoveel moeite voor moeten doen om de kinderen zover te krijgen. Ze hebben altijd de neiging om te wachten tot je naast ze staat. Dan gaan ze hun werk pas doen. Maar met zoveel verschillende niveaus is dat onhaalbaar. Dus persoonlijk ben ik erg blij met deze mijlpaal. We hebben nu twee laptops tot onze beschikking. Dus we hopen nog op een derde. Ja en net als in Nederland hebben kinderen heel snel door hoe een laptop werkt.

In de 8 weken dat ik op school was heb ik weer veel vooruitgang gezien. Bij de leerlingen en bij de leraren. De kers op de taart was in deze periode het uitje met de kinderen. We zijn met z’n allen naar Paradise Beach geweest en hebben enorm genoten. Zwemmen, scheppen, voetballen, eten en drinken. Eerst bang zijn voor het water en daarna ons angst inboezemen door te ver het water in te gaan. Ik was blij dat Martin, mijn man erbij was. We kwamen ogen te kort. En dan blijkt opeens Fatou verdwenen te zijn. Alle gasten die op het stand waren hebben geholpen met zoeken. En Fatou vonden we terug op de parkeerplaats.

In de laatste week hebben drie leerlingen van mijn school in Nederland meegeholpen op school. Net klaar met hun eindexamen en enorm enthousiast. Een hele leuke ervaring. Ik had de gelegenheid om ze in te zetten in een één op één situatie. Dus de leerling die nog steeds moeite had met het schrijven van de getallen heeft dat na een week toch maar geleerd. Of het superslimme meisje, dat eigenlijk aandacht te kort komt leert nog meer woorden schrijven en heeft het gevoel dat er tijd aan haar besteed wordt. Leren tellen met een dobbelsteen en echte pinda’s. Maskers maken met heel veel glitters. Leren tandenpoetsen. En wie was het meest enthousiast: de leraar. Hij heeft in deze week gezien hoeveel we kunnen bereiken met de kinderen en dat heeft hem weer energie gegeven om verder te gaan. En dan vooral op de weg, die hij niet gewend is.

Maar er zijn ook moeilijke momenten. Het meisje dat zwakbegaafd is en toch niet meer van haar ouders naar school mag komen omdat ze niet willen dat ze gebarentaal leert. Het meisje dat in een dorp ver weg woont en niet met ons vervoer gehaald kan worden en niet elke dag zelf naar school kan komen. Het meisje, dat met haar moeder mee naar Senegal gaat en daardoor weken niet op school kan komen. Het is zo belangrijk dat de kinderen er elke dag zijn. Maar helaas lukt dat niet altijd.

Een ander punt van zorg zijn de financiën. Deze kinderen kosten veel meer dan we van tevoren gedacht hadden. Vooral het vervoer elke dag, benzinekosten en chauffeur, is een enorme kostenpost. Volgend schooljaar willen we elke dag ontbijt verzorgen. En het schooluitje is zeker iets dat we elk jaar willen herhalen. Dat hebben we dit jaar kunnen doen door een extra donatie.

Om dan toch antwoord proberen te geven op de vragen waarmee ik begon:
We zijn een school waar kinderen tot hun recht kunnen komen doordat ze werken op hun eigen niveau. Er wordt nadruk gelegd op zelfstandig werken. We hebben gelukkig de beschikking over heel veel materiaal.
Waar we nu na anderhalf jaar staan had ik niet verwacht, maar wel gehoopt. Ik besef dat ik dat met name te danken heb aan de leraren, die graag willen leren en samenwerken. Tegelijkertijd weet ik dat het nog heel veel beter kan. Maar dat is een mooie uitdaging.
En dan de toekomst. Volgend jaar kunnen we door een nieuwe sponsor een skillcenter binnen school gaan openen. Dat betekent dat de 5 oudste jongens houtbewerking gaan leren op één dag in de week. En Ndumbeh gaat een naaicursus doen op diezelfde dag. Het afgelopen jaar schoot me vaak door mijn hoofd: we leren deze kinderen nu wel van alles, maar hoe komen ze als dove of zwakbegaafde nu ooit aan een baan? Met dit skillcenter hoop ik een oplossing voor dit probleem te hebben gevonden.

Beste vrienden, bekenden en sponsoren. Hartelijk dank voor jullie steun. Ik hoop dat we ook volgend schooljaar op jullie steun mogen rekenen

Groeten, Mirjam Abbes